ONLINE BOEKEN KAMPEREN ARTCAMP ASTRO MOBILE HOME PANORAMA Brasserie de Wildhoeve



De natuurgids Gerrit Rekers vertelt...

Veluwse oerbossen zijn ouder dan gedacht

Schattingen over de ouderdom van de bossen lopen uiteen van 700 tot 1000 jaar. Onderzoekers spraken zelfs van 1500 jaar. Het onstaan van de bossen is eerder te danken aan de wortelstelsels van de bomen dan aan de bomen zelf.
Deze stelsels zijn veel ouder dan de bomen, die soms al voor een deel zijn weggerot. Dat maakt het bos ook zo bijzonder. Met alle stobben en mossen die je erop vindt, is het heel mooi om te zien. De vele stobben leveren voedsel voor de larven van het Vliegende Hert, die in de oerbossen voorkomt.

Als een hert vliegt lijkt het net alsof hij zit…

Er is altijd een kans om vliegende herten te zien. Ze bestaan echt, alleen niet in de vorm van geen edelherten maar in de hoedanigheid van een kever. En wat voor eentje. Het vliegend hert is het grootste in ons land voorkomend insect. Het mannentje kan soms wel 10 centimeter lang worden. Ze hebben hun naam te danken aan de indrukwekkende kaken,die op een hertengewei lijken. Als ze vliegen dan lijkt het net of ze zitten.
Eiken zijn de bomen waarvan ze leven. Het vrouwtje legt haar eitjes in rottend eikenhout en gaat daarna vrij snel dood. Zij is dan al 5 tot 7 jaar oud, maar heeft op twee maanden na geleefd als larf in het rottende hout. Voor wilde zwijnen zijn deze larven een lekkernij. Ze zijn dan ook vaak aan het wroeten in de eikenbossen, op zoek naar de bijna eigrote larven. De mannetjes leven een paar weken langer dan de vrouwtjes. Ze kunnen hevig vechten om de gunst van een vrouwtje. Soms sneuvelt er wel eens een. Vindt u een vliegend hert, zowel dood of levend, dan mag u ze niet meenemen.

Voer uw pepermuntjes niet aan de zwijnen!

Het komt nog al eens voor dat mensen wilde zwijnen voeren. Van groenteafvoer tot pepermuntjes. Ook het uit de hand laten eten komt regelmatig voor. Zwijnen zien namelijk heel slecht en als ze dan een grote hap nemen, dan wil het weleens mis gaan en wordt men gebeten. Raadzaam is om in zo’n geval langs een arts te gaan. Wilde zwijnen zijn alleseters, dus ook aaseters. Het door de mensen aangeboden voedsel is overigens niet goed voor de zwijnen.
Het komt hoogst zelden voor dat zwijnen mensen aanvallen, ook niet als ze jongen hebben. Dat wil niet zeggen dat de bagges (vrouwelijke zwijnen) niet waakzaam zijn. Zeker voor de jonge biggen dreigt er gevaar van bijvoorbeeld vossen. Het meest op hun hoede moeten ze echter zijn voor de keilers (mannelijke zwijnen) zijn. Als die de kans krijgen zullen ze het niet nalaten om een big te pakken.
Mocht u op zoek willen gaan, ga dan ’s avonds. De wilde zwijnen zijn dan actiever dan in de vroege morgen.

Reeën hebben eind juli alleen oog voor elkaar

Het kan maar zo gebeuren dat u tijdens een tocht door de bossen ineens twee reeën achter elkaar aan ziet lopen. Ze hebben nergens oog voor en schuifelen soms wel een uur lang in rondjes voort. Ze zijn in staat om vlak voor u langs te lopen zonder dat ze iets in de gaten hebben. In zo’n geval bent u getuige van de reeënbronst. Het is weliswaar niet zo spectaculair als bij edelherten, maar alleszins de moeite waard om stil te blijven staan. Komt er een tweede bok in
de buurt, dan beginnen de bokken hevig te blaffen. Het kan tot een gevecht komen tussen deze twee. Het blaffen van zo’n reebok heeft wel iets weg van hondengeblaf. Omstreeks half juli worden de smalreeën vaak voor het eerst bronstig. De oude reegeit jaagt ze in mei of juni weg. Een oude bok vangt ze vaak op en bekommert
zich over hen. Waar het spreekwoord ‘een oude bok met een groen blaadje’vandaan komt hoeft verder niet uitgelegd te worden. De oudere reegeiten worden tegen half augustus bronstig.

Ziet u een kalfje liggen? Kom er nooit aan!

Eind mei, begin juni kan het zomaar gebeuren dat u in de Veluwse bossen een pas geboren herten- of reeënkalfje ziet liggen. Het kalfje
is niet verlaten door de hinde of reegeit. De moeder is altijd in de omgeving en komt het kalfje meerdere keren per dag verzorgen en
voeden. Voor het kalfje is het ook beter dat het de eerste dagen alleen ligt. Dan kan het optimaal gebruik maken van zijn schutkleuren en het feit dat het reukloos is. Vossen, wilde zwijnen kunnen het diertje dan niet ruiken en lopen er soms vlak langs. Ziet u een kalfje liggen, kom er nooit aan! Roofdieren kunnen het dan wél ruiken. Bovendien bestaat de kans dat de moeder het kalf verstoot. Heel anders wordt als het diertje wel gelijk met de hinde meegaat. Het staat nog wankel op de benen en kan zo een gemakkelijke prooi worden.

Damherten zijn niet langer ongewenst wild

Een aantal jaren geleden waren damherten ongewenst wild. Er werd destijds veel jacht gemaakt op deze mooie hertensoort. De damherten waren zeer schuw geworden en verdwenen bij het minste of geringste spoortje mens. Het was een zeldzaamheid als de damhert met de mooie zwarte schouvels (het gewei) zich liet zien. Gelukkig is hierin verandering gekomen. Door het damhert als standwild te zien, is er minder jacht op gemaakt, zodat ze zich weer regelmatig laten zien. Vooral de aparte manier waarop ze wegvluchten, ook wel kikkeren genoemd is prachtig om te zien. Ze springen hierbij met de poten
naar elkaar toe.

Boskroegen zijn erg geliefd bij dronken torren

Soms kom je ze wel eens tegen, van die figuren die zo dronken zijn, dat ze nietmeer op hun benen kunnen blijven staan. Ze liggen laveloos uitgeteld rondom de plek waar het drankfestijn nog in volle gang is. En er hangen er nog genoeg aan de bar die binnen afzienbare tijd ook wel laveloos zullen zijn. Dit zijn de zogenaamde boskroegen.
Bier en jenever zijn hier niet te vinden, maar er vloeien rijkelijk boomsappen,vooral uit eiken en berken waar een wond aan zit. Daar stromen heerlijke sappen uit de ‘tap’. Naast torren behoren vlinders en bijen tot de stamgasten. Misschien komt hier ‘zo dronken als een tor’ vandaan. Voor veel van deze insecten lopen deze uitstapjes slecht af, ze vormen nu een makkelijke prooi. Mocht u een kever op zijn rug zien liggen, bekijk hem goed en zet hem op zijn pootjes. Zelf kunnen ze dat niet. Hij kan dan verder gaan met zijn werkzaamheden of... zijn kroegentocht.

Edelherten vol vuur bij nadering bronsttijd

In deze tijd van het jaar gaan de hormonen werken bij de edelherten. Wat dacht u van een aantal weken niets eten. Edelherten komen er in deze tijd amper aan toe. Ze zijn veel te druk en verliezen soms wel 25 procent van hun lichaamsgewicht. Wel drinken ze veel water. Rond eind augustus begint het vaak al. Dan kun je op sommige plaatsen de edelherten al horen burlen, vooral als de concurrent in de buurt komt. Dit zijn meestal jongere herten die met een grote roedel kaalwild lopen. Zij voelen zich heer en meester.
Half september, wanneer de bronst goed op gang komt, is het met deze jongeherten snel gebeurd. Ze moeten onder veel geburl de roedel afstaan aan een ouder en zwaarder hert. Daarbij hebben ze geen schijn van kans. Veel herten trekken begin september al naar hun bronstplaatsen. Sommige herten leggen vele kilometers af om daar te komen.
Vanaf half september tot begin oktober is iedere avond het geburl van de edelherten te horen. Vooral als het koud en helder is, weerklinkt dit zeer indrukwekkende oergeluid duidelijk door de bossen. De hindes die bronstig zijn storen zich niet aan de herten, die elkaar soms naar het leven staan. Vaak is het gekletter van de geweien tijdens een gevecht van het ‘plaatshert’ met een van de ‘bijherten’ te horen. Andere bijherten zien soms hun kans schoon. Ze drijven dan een paar hindes voor zich uit om zo ook een eigen bronstroedel te hebben. Meestal is dat van korte duur. Wanneer het plaatshert de strijd gewonnen heeft, zal het snel weer orde op zaken stellen. De gevechten zijn soms zo fel, dat elk jaar een paar herten de bronst niet overleven. ’t Is altijd weer spannend tijdens zo’n bronst of het plaatshert zijn positie weet te behouden of plaats heeft moeten maken.

Er bestaat geen beste tijd om wild te kijken

Bij warm weer is de vroege ochtend aan te raden, als het nog lekker koel is. Vooral aan het einde van de zomer zijn er mooie nevels te zien en heeft u ook kans om veel wild waar te nemen. Op dagen dat het regent is het rustig in de bossen en kan het vaak midden op dag zijn dat u veel wild treft. Herten laten zich meer in de vroege ochtend zien dan wilde zwijnen.